Home Starten Bedrijfsvoering Marketing Ontwikkelen Netwerken Forum
Home
 
U bent hier: Home Ontwikkelen Samenwerken Training intervisie Intervisie voor gevorderden

Intervisie voor gevorderden

Alternatieve werkvormen

Intervisie kan een sleur worden als je elkaar door en door kent en heel geroutineerd bent in een werkvorm. Je kunt je intervisiegroep nieuw elan inblazen met een alternatieve werkvorm.

Het is verfrissend om eens een andere werkvorm te gebruiken dan het standaardmodel. Bedenk hierbij dat een werkvorm slechts een middel is om een inbreng te behandelen. Het is geen doel op zichzelf en de werkvorm moet dan ook weer verlaten worden als hij niet aanslaat. Realiseer je dat het even tijd kost om een werkvorm onder de knie te krijgen.

De roddelmethode en de clinic zijn speelse en prikkelende werkvormen: ze doorbreken het normale groepsproces.

De roddelmethode

Bij deze methode moet de inbrenger toezien hoe de anderen over hem 'roddelen'. Hij mag zich niet mengen in het gesprek. Deze methode bestaat uit vijf stappen:

  • Stap 1: Vraagintroductie: De inbrenger introduceert zijn vraag en geeft een korte toelichting.
  • Stap 2: De groepsleden proberen meer duidelijkheid over het probleem te krijgen door gerichte vragen te stellen.
  • Stap 3: De vragensteller gaat buiten de kring zitten en mag zich niet bemoeien met het gesprek. Hij of zij luistert aandachtig en maakt aantekeningen over wat hij waarneemt. De groepsleden roddelen met elkaar over de achtergronden van de vraag, de mogelijke oorzaken en oplossingen.
  • Stap 4: De vraagsteller komt terug in de groep en vertelt hoe hij het ervaren heeft om langs de lijn te zitten. Wat heeft hem of haar geraakt? Is hij het eens met het gegeven advies?
  • Stap 5: Evaluatie: Inbrenger en groepsleden kijken samen terug op het proces.

De clinicmethode

De clinic is een soort rollenspel. De inbrenger demonstreert de probleemsituatie die hij of zij vaak tegenkomt. Dit doet hij of zij door de verschillende rollen van de probleemsituatie zelf te spelen. Vervolgens krijgen de groepsleden de kans om de rol van inbrenger te spelen om zo alternatieve houdingen te laten zien. Ook deze methode wordt uitgevoerd in een aantal stappen:

Ook degenen die niet van een rollenspel houden, geven zich vaak snel gewonnen aan de clinicmethode. Het naspelen van werksituaties blijkt heel bevrijdend en nuttig. Gewoontes die je in het echte leven zijn ingesleten, kun je leren doorbreken in een rollenspel.

  • Stap 1: Vraagintroductie: De inbrenger introduceert zijn vraag en geeft een korte toelichting.
  • Stap 2: Demonstratie: De inbrenger demonstreert de situatie door te switchen tussen twee of meer stoelen (op elke stoel speelt hij een andere rol uit de situatie). De groepsleden krijgen zo een beeld van het probleem.
  • Stap 3: Alternatieven proberen: De andere groepsleden krijgen de gelegenheid om 'op de stoel te gaan zitten' van de inbrenger. Ze mogen daarbij een andere houding aannemen dan die van de inbrenger. Bijvoorbeeld: als de inbrenger heel terughoudend of verlegen was, mogen zij een meer zelfverzekerde houding aannemen.
  • Stap 4: Na elk 'scène' geeft de inbrenger aan of de aanpak hem of haar aanspreekt.
  • Stap 5: Tijdens de laatste scène kiest de inbrenger van de alternatieve aanpakken degene die haar het meest aanspreekt en speelt deze regie-aanwijzingen zelf uit.
  • Stap 6: Evaluatie: De groepsleden kijken terug op wat er besproken is.

De turbo-adviesronde

Dit is een soort gecomprimeerde vorm van intervisie die nuttig is in grote groepen. Want hoe groter de groep, des te meer adviezen de vragensteller krijgt. Hij of zij stelt zijn vraag (een vraag van praktische aard, dus niet over een persoonlijke kwestie). Vervolgens schrijven alle groepsleden hun adviezen op een papiertje en geven deze door aan de vragensteller. Als iedereen klaar is, leest deze alle adviezen voor. Je krijgt zelden de kans om in zo'n korte tijd zo veel expertise te mobiliseren voor jouw vraag!

Struikelblokken

Niet alle intervisiegroepen lopen als een trein. Het is belangrijk om het proces te blijven bewaken en te voorkomen dat kleine storingen tot blijvende impasses leiden.

Een onevenwichtige groep

  • Sommige deelnemers geven veel meer dan ze ontvangen.
  • Een nieuwe deelnemer verstoort de balans.

De kunst (en de moeilijkheid) is om deze kwesties aan de orde te stellen binnen de intervisiegroep. Het is nuttig hierover afspraken te maken. Bij het begin van de intervisiegroep kan worden vastgesteld dat impasses aan de kaak gesteld moeten worden. Persoonlijke inbreng van een deelnemer kan zo'n impasse doorbreken: "Ik merk dat ik niet meer genoeg leer tijdens intervisiebijeenkomsten." Hij stelt de kwestie daarmee aan de orde, zonder iemand te beschuldigen.

Lida Nijgh, freelance trainer: "Het gevaar is dat een intervisiebijeenkomst ontaardt in een rondje stoom afblazen. 'Wat ik nou toch heb meegemaakt!' Aan het eind voelt iedereen zich wel opgelucht, maar is er geen oplossing voor problemen gevonden."

Valkuilen voor de deelnemers

  • Psychologiseren. Deelnemers luisteren vaak slecht naar de inbrenger. In plaats daarvan gaan ze diepe psychologische oorzaken zoeken: "Het lijkt erop dat je een minderwaardigheidscomplex hebt. Wat laat je over je heen lopen." Het is echter niet aan de deelnemers om dit soort conclusies te trekken. Als het al zo is, moet de inbrenger zelf die ontdekking doen.
  • Over zichzelf beginnen. De inbrenger staat centraal, dus het is niet wenselijk om dingen te zeggen als: "Oh, dat herken ik, ik had laatst ook zo'n situatie. Het geval was dat ..."
  • Adviesgroep spelen. Soms voel je misschien de brandende behoefte om iemand een kant en klare oplossing aan te dragen. Maar daar gaat het niet om bij intervisie. Het gaat er juist om dat de persoon in kwestie zelf de oplossing vindt. Het geven van oplossingen - zeker als dit te vroeg in het proces gebeurt - kappen het zoekproces af.

Valkuilen voor de inbrenger

  • De inbrenger is te veel aan het woord.
  • De inbrenger laat niet het achterste van zijn tong zien.

Shoppen
Sommige freelancers kiezen ervoor om meerdere intervisiegroepen te bezoeken. Mariska van Zanten is tolk Nederlandse gebarentaal: "Ik ga af en toe op bezoek bij een andere intervisiegroep dan mijn vaste. Ik vind het namelijk interessant om dezelfde vraag aan twee groepen voor te leggen. Nieuwe mensen werpen een frisse, onbevooroordeelde blik op je, en andersom. Want hoewel het natuurlijk voordelen heeft dat ik de leden van mijn vaste intervisiegroep door en door ken – we durven elkaar alles voor te leggen – kan het ook een nadeel zijn. Je hebt al een heel beeld van de persoonlijkheid  van de ander. Die kennis kan soms juist in de weg zitten bij het oplossen van een probleem dat deze persoon voorlegt."

Het is de taak van de gespreksleider om dit te corrigeren. Hij moet de overige deelnemers stimuleren om door te vragen als de inbrenger niet voldoende duidelijk is. Hij moedigt de inbrenger aan om meer van zichzelf te laten zien – zonder in ellenlange monologen te verzanden.

Doorgaan met intervisie?

Sommige groepen hebben een evenwichtig verloop: in de loop der jaren komen er deelnemers bij en gaan er deelnemers weg. Andere heffen zichzelf op een zeker moment op. Voor het zover is, is het wenselijk om een tussentijdse evaluatie in te plannen. Bijvoorbeeld na een vooraf vastgesteld aantal bijeenkomsten. De groep kan dan inventariseren of iedereen nog tevreden is. Is er een sleur ontstaan, dan kan het geen kwaad om eens een andere werkvorm te kiezen.

Intervisietraining

Als je als groep vastloopt of gewoon behoefte hebt aan deskundige raad, dan is het inschakelen van een intervisietrainer een idee. Er zijn communicatietrainers die van intervisie hun specialisme hebben gemaakt. Je kunt de trainer inhuren voor één bijeenkomst of voor een kort traject. Beroepsverenigingen die doen aan deskundigheidsbevordering van hun leden, hebben ongetwijfeld contacten in deze wereld.

Nawoord

Tot slot: Wat zijn jouw ervaringen met intervisie? Of wil je een nieuwe intervisiegroep oprichten? Laat het weten op het Lancelotsforum!

Aanbevolen website

Aanbevolen boeken

  • Hendriksen, J. (2005). Intervisie bij werkproblemen. Nelissen.
  • Meer, W. de & Rombout, T. (2005). Intervisie Een wegwijzer. Bohn Stafleu van Loghum.

Met dank aan:

  • Eric van den Bergh Advies en training.
  • Lida Nijgh
  • Mariska van Zanten, tolk Nederlandse gebarentaal.
  • De Commissie deskundigheidsbevordering van Tekstnet

Auteur: Erik Weijers

http://www.lancelots.nl/ontwikkelen/samenwerken/intervisie/voor-gevorderden Sitemap © Copyright Applinet B.V. 2004-2018 ColofonAdverteren